vrijdag 30 oktober 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Aloka Liefrink


Vertel eens iets over jezelf.

De eerste negen maanden verbleef ik in een weeshuis in Kerala. Vervolgens werd ik geadopteerd door een Belgisch Nederlands echtpaar en groeide ik op in de Kempen.
Ik kreeg de passie voor het schrijven mee via de ‘adoptiegenen’ van mijn vader.
Die was naast hoofdredacteur, vertaler en ook jeugdboekenauteur bij de Standaard uitgeverij. Ik ‘beloofde’ mijn vader ook te gaan schrijven. En daar ging ik voor!
Tijdens de middelbare schoolperiode deed ik mee aan gedichten- en verhalenwedstrijden waarmee ik prijzen won. Pas toen ik 26 was, en lang na het pijnlijke verlies van mijn adoptievader, schreef ik mijn levensverhaal neer en kwam tot de ontdekking dat het niet bij enkele A4’tjes bleef. Een proeflezeres, die het met veel enthousiasme las, motiveerde me om dit voor te leggen bij een uitgever.
Om het verhaal iets minder persoonlijk te maken kleurde ik Verweesd in met een fictief randje.



Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genres?

Voorlopig houd ik het bij thrillers, omdat dit het genre is dat me het beste ligt. In dit genre heb ik ook mijn lezerspubliek opgebouwd.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Ik geloof dat elke romanschrijver een ‘been there done that-gehalte’ nodig heeft.
Uiteraard is spanning de hoofdmoot in het thrillerschrijven. Ik stel me vaak de vraag als ik iets hoor of lees: ‘Wat als mij dit zou overkomen? En hoe kan het nóg erger aflopen?’
Ik focus me graag op de psychologische spanning.



Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

De hele ontwikkeling van A4’tje naar boek. Het fijne moment waarop je een geweldige ingeving krijgt om een verhaal te starten, is erg leuk! Het uitwerken van de verhaallijn is uitdagend, want alles moet kloppen.
Het schrijfproces is dan weer verrassend want - in mijn geval - kan het verhaal nog vele kanten op gaan. Ook is het erg motiverend en leerrijk om samen te werken met proeflezers, dus ik kijk telkens uit naar hun mailtjes.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

De recensies van mijn echte lezers neem ik heel erg in acht. Van elke nuttige vorm van lezersfeedback kan ik groeien. Zij zijn mijn belangrijkste referentie en daarom schuim ik ook niet álle recensiesites -blogs af. Ik lees ze wel, maar ik heb intussen geleerd om daar objectief tegenaan te kijken.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

De boekenmarkt is best pittig! Ik zie ook dat proces als een uitdaging. In dit vak weet je dat je snel onderaan de stapel terechtkomt.
Daarom probeer ik (in de eerste fase) om mijn boek zo visueel en duidelijk mogelijk voor te stellen. Zo is de kans groter dat de lector, redacteur , uitgever zin krijgt om het hele verhaal te lezen. (Ik kijk ook goed naar de vereisten van een uitgeverij bij het inleveren van een manuscript.)
Ik geef meteen aan wat ik met mijn boek wil bereiken, waarom ik voor uitgeverij ‘X’ kies, en waarom ik het boek nú inlever. (Bv. publicatie in de ‘maand van het spannende boek’.)
Het schrijven zelf vraagt doorzettingsvermogen, maar de stap naar de uitgever vereist ook best wat volharding.



Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Ik werk graag en veel via social media, waardoor ik ook een breed netwerk heb met bladen, bloggers etc… Ik onderhoud mijn officiële pagina’s goed en beantwoord – in de mate van het mogelijke - elk mailtje van een lezer. Ook stap ik zelf op boekhandels af met de vraag of er signeermogelijkheden zijn, dit in de commerciële periodes.



Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Vijf en ben nu aan mijn zesde bezig.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Ik heb geen voorkeur. Elk boek dat ik schreef heeft een titel die bij de inhoud/ boodschap past.


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Tot zo lang ik leef, wil ik blijven schrijven en publiceren!


Op welke website kunnen we je vinden?

www.alokaliefrink.com


Heb je zelf nog iets toe te voegen?

Mijn dank Arie, voor dit leuke interview!


vrijdag 23 oktober 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Michael Berg


Vertel eens iets over jezelf.

Ik ben geboren in 1956, heb Nederlands gestudeerd en op de Kleinkunstacademie gezeten. Na het een tijdje als artiest te hebben geprobeerd, ben ik bij de omroep gekomen. Presentator, interviewer, documentairemaker en later omroepbaasje. Met 48 ben ik gestopt met werken en verhuisd naar Frankrijk om te gaan schrijven.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genre's?

Ik schrijf thrillers.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Het boek moet niet alleen spannend zijn, maar ook goed geschreven en zo interessant dat de lezer het verhaal niet snel vergeet.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Dat ik niet meer op een kantoor hoef te zitten. Ik ben mijn eigen baas en kan overal werken. Als er maar een computer en internet is.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Recensies zijn een blijk van waardering. En als de grote kranten je bespreken is dat een goed teken. Over goede recensies heb ik niet te klagen. Dat maakt het makkelijker als iemand het een keer helemaal niks vindt. Maar het is altijd de mening van één persoon. ‘Nacht in Parijs’ werd in VN Thrillergids afgebrand, maar won even later De Gouden Strop. Tja.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Er zijn twee mogelijkheden. Of je debuteert met een knaller à la Peter Buwalda of je bouwt langzaam je publiek op. Ik ben van de laatste categorie. Dat is doorzetten en hard werken, goede boeken schrijven en zorgen dat mensen weten dat je er bent. Er verschijnen ieder jaar zo’n 500 thrillers. Het is dringen.


Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

In de beginperiode strooide ik hier in Frankrijk in de zomermaanden met flyers. Ik heb ook wel eens op de parkeerplaats van de snelweg gestaan en Nederlandse toeristen aangesproken met de vraag of ze genoeg boeken voor de zomer bij zich hadden. Verkocht ik toch mooi 80 boeken binnen 2 uur. Bij ieder nieuw boek ben ik naar Nederlands gereisd voor interviews en lezingen. In Frankrijk geef ik in de zomer lezingen. Maar het belangrijkste is goed zichtbaar te zijn op de sociale media. Vooral in de periode dat er geen nieuw boek van je verschijnt. Het winnen van De Gouden Strop heeft me natuurlijk enorm geholpen. Ik heb inmiddels genoeg boeken verkocht om er van te kunnen leven. Ik beschouw mezelf als een bevoorrecht mens.


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Zeven.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Dat is moeilijk kiezen. Ieder boek heeft een speciaal plekje in mijn hart. Het zijn net kinderen, nietwaar?


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Geen idee. Maar ik ben nog lang niet uitgeschreven.


Op welke website kunnen we je vinden?



Heb je zelf nog iets toe te voegen?


Mijn nieuwste boek heet ‘Het meisje op de weg’ en is op 15 oktober verschenen. Verder bedankt voor het podium en succes met deze rubriek.

vrijdag 16 oktober 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Ineke Kraijo



Vertel eens iets over jezelf.

Mijn naam is Ineke Kraijo en ik ben veertig jaar geleden geboren in Hardinxveld-Giessendam. Ik ben getrouwd met Roland en we hebben twee kinderen. Jelle is acht en Femke is vijf, bijna zes.
Ik heb Nederlands Recht gestudeerd en na mijn studie heb ik een aantal jaar met veel plezier in de sociale advocatuur gewerkt. Helaas werd ik ziek en moest ik stoppen met mijn baan. Toen ben ik gaan schrijven en binnenkort komt mijn twaalfde boek uit.

Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genres?

Ik schrijf kinderboeken, eigenlijk voor alle leeftijden, van peuter tot puber. En daarnaast schrijf ik historische (jeugd)romans.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Ik vind het belangrijk dat kinderen leren dat lezen leuk en ontspannen kan zijn. Dat ze er echt plezier aan beleven en helemaal in een boek kunnen duiken. En ik vind het fijn als ze dan en passant nog wat sociaal bewustzijn meekrijgen.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Dat zijn verschillende momenten. De eerste keer dat je een nieuw boek in je handen houdt, is geweldig. Bij het uitkomen van mijn allereerste boek heb ik letterlijk door de kamer lopen springen met het boek in mijn handen. Maar ook als je aan het schrijven bent en je voelt dat alles klopt, dat het verhaal als het ware zichzelf vertelt. En schoolbezoeken vind ik ook erg leuk.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Recensies zijn altijd spannend. Je hebt intensief aan een boek gewerkt en dan is het natuurlijk spannend hoe het wordt ontvangen. Van goede recensies word ik blij, bij recensies met een kritische noot kijk ik of ik die kritiek terecht vind en zo ja, hoe ik dat kan gebruiken bij een volgend boek.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Ik heb dat ook zo ervaren, zeker bij mijn eerste boek. Bij mijn tweede boek zat ik opeens in de luxe positie dat vier uitgevers mijn boek wilden hebben.


Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Ik ben actief op sociale media, vooral Facebook en in mindere mate Twitter, daarnaast geef ik af en toe lezingen en bezoek ik scholen. Een enkele keer ben ik op de (regionale) radio of televisie.


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Mijn twaalfde boek komt over een paar maanden uit en daarnaast heb ik nog een bijdrage geleverd aan twee bundels en meegewerkt aan een taalboek.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Dat is zonder twijfel mijn historische roman Kate, die in het voorjaar van 2012 uitkwam. Het was mijn tweede boek, maar voor mijn gevoel ben ik pas vanaf dat moment echt schrijver geworden. Bovendien gaat Kate over The Great Famine, de Ierse Hongersnood halverwege de 19e eeuw. Ik wilde heel graag vertellen over die periode en ik hoopte daar een breed publiek mee te bereiken. Dat is gelukt. Het boek werd een kerntitel voor De Jonge Jury en werd genomineerd voor Het Hoogste Woord. Bovendien staat het in veel bibliotheken en mediatheken en is er een tweede druk.


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Ik zou het niet weten, maar ik heb nog ideeën genoeg, dus voorlopig schrijf ik lekker door. Ik streef naar minimaal één boek per jaar.


Op welke website kunnen we je vinden?

www.inekekraijo.nl


Heb je zelf nog iets toe te voegen?

Interviews zijn altijd leuk omdat het je dwingt om na te denken over jezelf en je manier van schrijven.

vrijdag 9 oktober 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Ina van der Beek


Vertel eens iets over jezelf.

Ik ben getrouwd met Marius, we hebben drie getrouwde kinderen en zes kleinkinderen. Als kind schreef ik al graag verhalen en gedichtjes en dat is nooit over gegaan. Het is erg leuk, dat schrijven van hobby tenslotte werk is geworden. Werk, dat nog steeds aanvoelt als hobby! Naast het schrijven van boeken, verzorg ik ook boekrecensies voor het blad ‘Elisabeth’.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genre's?

Dat is nogal breed. Ik schrijf familieromans, maar ook kinderboeken. Er zijn 4  gedichtenbundels van me verschenen en ook een Bijbels dagboekje. Daarnaast heb ik wat boekjes ‘rondom de Bijbel’ geschreven. 


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Ik schrijf natuurlijk voor heel wat verschillende doelgroepen. Voor allemaal geldt, dat het geschrevene moet aanspreken.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Het is altijd weer anders. Het is heerlijk je fantasie te mogen volgen of juist te proberen iets over te brengen bij de lezer.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Ach, iedereen vindt het natuurlijk leuk een goede recensie te lezen. Maar ik lig niet wakker van een beroerde recensie hoor, het is en blijft de mening van één persoon.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Ik denk, dat ik daar best veel geluk mee heb (gehad). Ik heb nooit hoeven leuren met een script of een idee. Er werd eigenlijk altijd meteen positief gereageerd als ik met iets nieuws kwam.


Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Ik heb een account op Facebook en ik stuur een paar keer per jaar een nieuwsbrief rond. Als ik word gevraagd voor een lezing, dan ga ik daar graag op in. Maar verder doe ik eerlijk gezegd niet zo veel aan p.r.


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

20 romans, 4 kinderboeken, 4 dichtbundels en 4 boekjes ‘rond de Bijbel’, zoals ik dat maar noem. Bij elkaar 32 dus.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Het bijbels dagboekje ‘Ontmoeten’ is voor mij toch wel speciaal. Ik ben nog altijd blij en ook wel verwonderd, dat het me gelukt is om 365 keer iets nieuws te zeggen te hebben. Het heeft inmiddels 4 herdrukken gehad, dus ook anderen lijken er blij mee te zijn. Maar verder… boeken zijn een beetje je kinderen, je hebt met allemaal een andere band, maar ze zijn je even lief!


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Geen idee… Zolang ik de gezondheid heb om te schrijven, zal ik wel doorgaan, denk ik.


Op welke website kunnen we je vinden?



Heb je zelf nog iets toe te voegen?

Ik geniet van (veelal digitale) contacten met collega-auteurs en reacties van lezers.
Door contacten met collega’s heb je een minder eenzaam beroep dan je zou verwachten. Reacties van lezers houden je scherp en geven voldoening: voor hen schrijf je tenslotte!

vrijdag 2 oktober 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Leen Lefebre


Vertel eens iets over jezelf.

Ik groeide op in Deerlijk in West-Vlaanderen, waar ik werkzaam ben op de dienst Erfgoed. Van mijn studies tot voedingsdeskundige ben ik danig afgedwaald. Al vroeg in mijn leven vuurde ik vragen op mijn omgeving af. Dat ik vaak geen antwoord kreeg, maakte me toen al rusteloos. Een hoofd vol vragen betekende alles behalve slapen. Tot ik op een dag dat lijvige boek in de kast ontdekte. Ten huize Lefebre werd de encyclopedie veel meer dan af te stoffen decoratie. Muzikaal maar ook sportief en literair ontpopte ik mij als een ontdekkingsreiziger. Van klassieke gitaar en elektrische piano en jazzdrum, over roeien, lopen en karate tot schrijven.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genres?

Samen met mijn twee broers ben ik opgegroeid in een zelfstandig milieu. Ik was nog maar een kind of mijn vakantie stond al synoniem aan lange (mee)werkdagen. Helpen was de boodschap, om luilekker een boek te lezen was er helemaal geen tijd. Doordat ik maar weinig fysiek op avontuur kon, trok ik des te meer mentaal op reis naar een andere, een betere wereld, oftewel mijn fantasie. Doordat ik er dus zelf graag op uittrek, doen mijn hoofdpersonages dat sowieso ook. De meeste van mijn avonturenverhalen zijn leesbaar vanaf 12 jaar. Respect voor Moeder Natuur, het  leven in het algemeen en de drang tot overleven staan hierbij centraal.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Mijn jeugdboek Arendsjong is fictie-fantasie, maar behoort meer tot het genre avontuur dan echt de pure fantasy. Ik vind het belangrijk dat de lezer zich in de eerste plaats kan vereenzelvigen met het hoofdpersonage. Het verhaal zou zich immers zo in het hier en nu kunnen afspelen. De personages maken dan weer een of andere reis, avontuur of evolutie door, waardoor de lezer op een bepaalde manier ook iets bijleert over zichzelf of gestemd wordt tot het nadenken over het leven of de wereld in het algemeen.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Schrijven begint allemaal met een idee, gevolgd door een storm van gedachten. Kortweg, ik brainstorm en associeer er lustig op los. In mijn hoofd zie ik twee punten: het begin en het eind. Daartussen groeien de punten in aantal maar het blijft voornamelijk een niet-samenhangend geheel. De lijn die de punten in één vloeiende beweging met elkaar verbindt, bedenk ik al schrijvende. Waar mijn pad heen zal kronkelen, is ook voor mij nog een raadsel. Als een borrelende vulkaan van ideeën, zijn strakke schema’s niet aan mij besteed. Eens ik op gang ben, ben ik één en al onrust en verdwijn in een lange hyperfocus.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Recensies worden pas interessant als je er iets kan uithalen, met andere woorden iets kan bijleren voor gebruik naar de toekomst toe. Dat een recensent me vergelijkt met een andere auteur, zou ik het minst van al fijn vinden eigenlijk. Nu, het feit dat de één een boek reuze vindt en de andere datzelfde verhaal slecht acht, wijst op het feit dat je recensies gerust met een grove korrel zout mag nemen. Een goede recensie schudt je wakker over iets dat minder is, maar wijst ook de positieve punten aan. Je kan er niet onderuit dat recensies iets met jou als auteur doen, maar allesbepalend of verlammend hoeven ze nooit te zijn.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat/heb je dat ervaren?

Na een zomer van zwoegen en zweten vloog mijn script ‘Arendsjong’ in september 2012 uit. Het werd een helse vlucht langs Vlaamse en Nederlandse uitgeverijen. Er volgde een tijd van wachten, en dit op antwoorden waar ik tot op vandaag nog op wacht. Nu, misschien verlangde ik te veel, te snel? In oktober 2013 bood Zilverspoor mij een contract aan. Een groot jaar later zou mijn Arendsjong er zijn! Het vinden van een uitgever gaat niet van een leien dakje. Als je boek er na hard redactiewerk toch is, heb je er maar weinig aan als niemand ervan afweet. Jezelf blijvend in de kijker zetten, is de boodschap. Voor wat het waard is, ik geef de moed niet op.


Wat doe je/deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Soms is het wel lastig dat er momenten zijn dat je als auteur meer tijd steekt in promotie voeren dan in het focussen op schrijven. Toch gaat de uitgever van vandaag er steeds meer vanuit dat boekpromotie ook en zelfs vooral in het kamp van de schrijver ligt, wat het er niet makkelijker op maakt. Als schrijver wordt er verwacht dat je talloze uren slijt in de eenzaamheid van je schrijfkamer, maar tegelijk ook een supersociale zelfverkoper bent. Wedstrijden organiseren, recensenten en pers aanschrijven, gratis boeken weggeven, netwerken via social media en een website zijn zaken die ik doe om mijn verhalen in de schijnwerpers te plaatsen.


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Mijn debuut (jeugdboek) Arendsjong is uitgegeven via de reguliere uitgeverij Zilverspoor-Zilverbron en drie kortverhalen (Frede en de Kerstman, Frede and Santa & Ebba, de eerste paashaas) heb ik voorlopig zelf onder de vorm van een e-book (via Amazon) uitgebracht. Nog een aantal kortverhalen (zoals Jacks lantaarn en Soraia, kind van de zee) alsook de eerstvernoemde wachten popelend op een papieren uitgever, een ander langverhaal tot ik er terug aan de slag mee ga. Zo'n zaken zijn een kwestie van geluk, energie en tijd.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Kiezen uit mijn eigen verhalen is wel moeilijk te noemen. Naarmate je schrijft, leer je zaken bij op het vlak van redactie en zoveel meer, waardoor je laatste verhaal ergens een evolutie zou moeten doorgemaakt hebben in vergelijking met je eerste, waardoor het in theorie het beste verhaal zou moeten zijn. Anderzijds blijft een langverhaal meer in je hoofd zitten dan een kortverhaal en is een debuut wel misschien net iets specialer dan alles wat erop volgt.


Hoeveel boeken zullen er nog verschijnen, denk je?

Echt uitgeschreven geraken, zal ik vast nooit. Een getal kleven op deze vraag is niet evident, daar ook een auteur nooit weet hoe het leven verder zal lopen. Het hangt van diverse zaken af, maar als het aan mij, een goede gezondheid en een zee van tijd ligt, nog een heel pak. Stof voor allerhande nieuwe kort- en langverhalen stapelt zich op, de ideeën groeien en zoeken ongeduldig een uitweg. Zie je, schrijven is een ziekte, en ook al kwam mijn eersteling er eerder per toeval (ik wilde een stripreeks maken in plaats van een langverhaal, dat ten slotte mijn boekdebuut werd), die microbe heeft me wél te pakken nu. Aan stoppen denk ik alsnog niet.


Op welke website kunnen we je vinden?

Je kan meer over mezelf en mijn verhalen lezen via mijn webstek www.leenlefebre.be. Ook via facebook en twitter ben ik te volgen.


Heb je zelf nog iets toe te voegen?


Alles wat ik te vertellen heb of wat er in mij leeft, kan je als lezer eigenlijk gaandeweg via mijn (on)geschreven verhalen ontdekken. Dankjewel voor dit interview, Arie.