vrijdag 2 oktober 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Leen Lefebre


Vertel eens iets over jezelf.

Ik groeide op in Deerlijk in West-Vlaanderen, waar ik werkzaam ben op de dienst Erfgoed. Van mijn studies tot voedingsdeskundige ben ik danig afgedwaald. Al vroeg in mijn leven vuurde ik vragen op mijn omgeving af. Dat ik vaak geen antwoord kreeg, maakte me toen al rusteloos. Een hoofd vol vragen betekende alles behalve slapen. Tot ik op een dag dat lijvige boek in de kast ontdekte. Ten huize Lefebre werd de encyclopedie veel meer dan af te stoffen decoratie. Muzikaal maar ook sportief en literair ontpopte ik mij als een ontdekkingsreiziger. Van klassieke gitaar en elektrische piano en jazzdrum, over roeien, lopen en karate tot schrijven.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genres?

Samen met mijn twee broers ben ik opgegroeid in een zelfstandig milieu. Ik was nog maar een kind of mijn vakantie stond al synoniem aan lange (mee)werkdagen. Helpen was de boodschap, om luilekker een boek te lezen was er helemaal geen tijd. Doordat ik maar weinig fysiek op avontuur kon, trok ik des te meer mentaal op reis naar een andere, een betere wereld, oftewel mijn fantasie. Doordat ik er dus zelf graag op uittrek, doen mijn hoofdpersonages dat sowieso ook. De meeste van mijn avonturenverhalen zijn leesbaar vanaf 12 jaar. Respect voor Moeder Natuur, het  leven in het algemeen en de drang tot overleven staan hierbij centraal.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Mijn jeugdboek Arendsjong is fictie-fantasie, maar behoort meer tot het genre avontuur dan echt de pure fantasy. Ik vind het belangrijk dat de lezer zich in de eerste plaats kan vereenzelvigen met het hoofdpersonage. Het verhaal zou zich immers zo in het hier en nu kunnen afspelen. De personages maken dan weer een of andere reis, avontuur of evolutie door, waardoor de lezer op een bepaalde manier ook iets bijleert over zichzelf of gestemd wordt tot het nadenken over het leven of de wereld in het algemeen.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Schrijven begint allemaal met een idee, gevolgd door een storm van gedachten. Kortweg, ik brainstorm en associeer er lustig op los. In mijn hoofd zie ik twee punten: het begin en het eind. Daartussen groeien de punten in aantal maar het blijft voornamelijk een niet-samenhangend geheel. De lijn die de punten in één vloeiende beweging met elkaar verbindt, bedenk ik al schrijvende. Waar mijn pad heen zal kronkelen, is ook voor mij nog een raadsel. Als een borrelende vulkaan van ideeën, zijn strakke schema’s niet aan mij besteed. Eens ik op gang ben, ben ik één en al onrust en verdwijn in een lange hyperfocus.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Recensies worden pas interessant als je er iets kan uithalen, met andere woorden iets kan bijleren voor gebruik naar de toekomst toe. Dat een recensent me vergelijkt met een andere auteur, zou ik het minst van al fijn vinden eigenlijk. Nu, het feit dat de één een boek reuze vindt en de andere datzelfde verhaal slecht acht, wijst op het feit dat je recensies gerust met een grove korrel zout mag nemen. Een goede recensie schudt je wakker over iets dat minder is, maar wijst ook de positieve punten aan. Je kan er niet onderuit dat recensies iets met jou als auteur doen, maar allesbepalend of verlammend hoeven ze nooit te zijn.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat/heb je dat ervaren?

Na een zomer van zwoegen en zweten vloog mijn script ‘Arendsjong’ in september 2012 uit. Het werd een helse vlucht langs Vlaamse en Nederlandse uitgeverijen. Er volgde een tijd van wachten, en dit op antwoorden waar ik tot op vandaag nog op wacht. Nu, misschien verlangde ik te veel, te snel? In oktober 2013 bood Zilverspoor mij een contract aan. Een groot jaar later zou mijn Arendsjong er zijn! Het vinden van een uitgever gaat niet van een leien dakje. Als je boek er na hard redactiewerk toch is, heb je er maar weinig aan als niemand ervan afweet. Jezelf blijvend in de kijker zetten, is de boodschap. Voor wat het waard is, ik geef de moed niet op.


Wat doe je/deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Soms is het wel lastig dat er momenten zijn dat je als auteur meer tijd steekt in promotie voeren dan in het focussen op schrijven. Toch gaat de uitgever van vandaag er steeds meer vanuit dat boekpromotie ook en zelfs vooral in het kamp van de schrijver ligt, wat het er niet makkelijker op maakt. Als schrijver wordt er verwacht dat je talloze uren slijt in de eenzaamheid van je schrijfkamer, maar tegelijk ook een supersociale zelfverkoper bent. Wedstrijden organiseren, recensenten en pers aanschrijven, gratis boeken weggeven, netwerken via social media en een website zijn zaken die ik doe om mijn verhalen in de schijnwerpers te plaatsen.


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Mijn debuut (jeugdboek) Arendsjong is uitgegeven via de reguliere uitgeverij Zilverspoor-Zilverbron en drie kortverhalen (Frede en de Kerstman, Frede and Santa & Ebba, de eerste paashaas) heb ik voorlopig zelf onder de vorm van een e-book (via Amazon) uitgebracht. Nog een aantal kortverhalen (zoals Jacks lantaarn en Soraia, kind van de zee) alsook de eerstvernoemde wachten popelend op een papieren uitgever, een ander langverhaal tot ik er terug aan de slag mee ga. Zo'n zaken zijn een kwestie van geluk, energie en tijd.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Kiezen uit mijn eigen verhalen is wel moeilijk te noemen. Naarmate je schrijft, leer je zaken bij op het vlak van redactie en zoveel meer, waardoor je laatste verhaal ergens een evolutie zou moeten doorgemaakt hebben in vergelijking met je eerste, waardoor het in theorie het beste verhaal zou moeten zijn. Anderzijds blijft een langverhaal meer in je hoofd zitten dan een kortverhaal en is een debuut wel misschien net iets specialer dan alles wat erop volgt.


Hoeveel boeken zullen er nog verschijnen, denk je?

Echt uitgeschreven geraken, zal ik vast nooit. Een getal kleven op deze vraag is niet evident, daar ook een auteur nooit weet hoe het leven verder zal lopen. Het hangt van diverse zaken af, maar als het aan mij, een goede gezondheid en een zee van tijd ligt, nog een heel pak. Stof voor allerhande nieuwe kort- en langverhalen stapelt zich op, de ideeën groeien en zoeken ongeduldig een uitweg. Zie je, schrijven is een ziekte, en ook al kwam mijn eersteling er eerder per toeval (ik wilde een stripreeks maken in plaats van een langverhaal, dat ten slotte mijn boekdebuut werd), die microbe heeft me wél te pakken nu. Aan stoppen denk ik alsnog niet.


Op welke website kunnen we je vinden?

Je kan meer over mezelf en mijn verhalen lezen via mijn webstek www.leenlefebre.be. Ook via facebook en twitter ben ik te volgen.


Heb je zelf nog iets toe te voegen?


Alles wat ik te vertellen heb of wat er in mij leeft, kan je als lezer eigenlijk gaandeweg via mijn (on)geschreven verhalen ontdekken. Dankjewel voor dit interview, Arie.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten