vrijdag 27 november 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Henk Vaessen


Vertel eens iets over jezelf.

In 1948 ben ik in Oldebroek geboren en op 34-jarige leeftijd naar Putten verhuisd.  Het is heel prettig wonen hier en ik hoef dan ook niet zo nodig weer terug naar m’n geboortedorp. Dat neemt niet weg dat ik heel blij ben in het Saksische gedeelte van ons land te zijn geboren en opgegroeid. Niet dat het in het Oosten beter is dan hier in het land der Franken – of zo wij zeggen: in Holland – maar anders. En dat ‘anders’ zit in m’n genen en heeft voor een belangrijk deel m’n identiteit bepaald. Het Nedersaksisch is de taal waarin ik denk en droom. En die taal, cultuur en beleving is voor een belangrijk deel bepalend voor hoe ik in het leven sta en omga met mensen en gebeurtenissen die op m’n weg komen. Onze nuchtere, relativerende en minder luidruchtige benadering van de dingen vind je terug in de werken van bijvoorbeeld Gerrit Komrij en Willem Wilmink, maar ook in die van m’n bevriende collega’s Janne IJmker en Rikkert Zuiderveld.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genre's?

Het genre dat ik schrijf is, denk ik, het best te omschrijven als ‘realistische romans’. Naast romans schrijf ik ook gedichten. In mijn boeken zit altijd een personage die van dichten houdt. Op die manier komen ze in ieder geval onder de aandacht van een groter publiek, dan dat je ze in een dichtbundel uit zou geven. Die worden, evenals verhalenbundels, nu eenmaal minder verkocht dan romans.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Het belangrijkste voor mij is dat het voldoet aan drie voorwaarden. In de eerste plaats moet het een realistisch verhaal zijn. Waar gebeurd of op z’n minst waar gebeurd kúnnen zijn. Dan komt het dichtbij de lezer en kan die zich identificeren met personen, plaatsen en gebeurtenissen.
In de tweede plaats moet er naast ernst ook sprake zijn van humor. Een Joodse vriend van me zei eens: “Humor is een gave van God. Die heb je gekregen als een middel om de scherpe kanten van het leven wat af te schaven. Het helpt je om heftige gebeurtenissen die je overkomen, te relativeren.” Zij die die gave bezitten, geven kleur aan het leven en zijn voor mij dankbare inspiraties voor personages in m’n boeken.
In de derde plaats moet de inhoud van een boek tot nadenken strekken en mogelijk de blik van de lezer verruimen.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Toen Karel Appel eens gevraagd werd om een definitie te geven van kunst, antwoordde hij: Als je in staat bent om, op welke manier dan ook, jouw emotie over te brengen op een ander, is er sprake van kunst. Die emotie beleef ik in de ontmoeting met mensen. In hun verhalen van tegenslag, succes, tekortkomingen of in hun talenten en hun humor. Dáár wil ik over schrijven en het delen met zoveel mogelijk anderen. Dat ‘delen’ kun je fragmentarisch, persoonlijk in kleine kring doen, maar je kunt het ook verwerken in het grotere geheel van een boek, waardoor je veel meer mensen kunt laten meegenieten. Als ik een lezing geef over schrijven en over de thema’s in m’n boeken, gebruik ik daarvoor als titel: Niets is wat het lijkt en ieder mens heeft z’n verhaal. Je krijgt wel eens reacties van lezers die gebeurtenissen of emoties herkennen en dat vervolgens met je delen. Wat je dan te horen krijgt is soms zó bijzonder, dat het zo te gebruiken is voor een nieuw boek of een onderdeel ervan. Het unieke van ieder mens boeit mij mateloos. Vandaar dat ik heel erg hou van het gesprek met zoveel mogelijk mensen van alle leeftijden, rangen en standen. Aan de andere kant, als ik eenmaal de ‘rode draad’ voor een boek te pakken heb, ben ik - totdat het af is - hoofdzakelijk lichamelijk aanwezig waar nodig en, als het maar even kan, trek ik mij terug in de wereld van de personages uit m’n verhaal. Voor m’n directe omgeving is dit niet altijd even prettig is. Daar werd ik tijdens het schrijven van mijn recent verschenen boek nog op subtiele wijze bij bepaald, toen ik op het toilet zat. Aan de binnenkant van de deur had één van m’n huisgenoten op ooghoogte een krantenknipsel bevestigd met de tekst: Een schrijver in huis, dat is het ergste wat je kan overkomen…    


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Een recensent is nooit helemaal objectief. Zijn/haar persoonlijke smaak zal altijd, zo niet bewust dan wel onbewust, een rol spelen in de beoordeling. En dan moet je het maar net treffen. Maar ook je eigen mening is subjectief. En een in jouw ogen negatieve recensie, in z’n geheel of over bepaalde aspecten, kán voor iemand buiten je doelgroep juist een reden zijn om het te kopen. Met andere woorden, zo mijn uitgever het eens zei: Het maakt niet uit wát ze over je schrijven, áls ze maar over je schrijven.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Als christen heb ik bepaald geen hoge pet op van christelijke uitgeverijen. Hun fonds bestaat veelal uit een select groepje auteurs met wie ze geen of weinig risico lopen. Bovendien komt het merendeel uit het buitenland. Pas als boeken daar een succes zijn, brengen ze hier de vertaalde versie ervan uit. Op die manier wordt nieuw talent geen kans gegeven en komen nieuwe auteurs er nauwelijks of niet aan de bak. Mijn boek Stille finale bijvoorbeeld gaat over de psychologische naweeën van de Tweede Wereldoorlog en over de relatie Jodendom-christendom. Juist vanwege deze thema’s heb ik het destijds naar alle christelijke uitgeverijen gestuurd. Slechts één nam de moeite om überhaupt te reageren. Die schreef me een briefje met de mededeling dat ze het niet wilden uitgeven omdat het teveel een opsomming van gebeurtenissen was en er geen lijn en geen gevoel in het verhaal zat. Vanwege die lakse en ongeïnteresseerde houding, heb ik het toen naar de seculiere uitgeverij Aspekt gestuurd. Ruim een week later kreeg ik een enthousiaste brief mét een contract. Ze vonden het een prettig lezende stijl, een aangrijpend verhaal en actuele thema’s, gezien de toenmalige interesse bij het lezende publiek in spiritualiteit en religie. Nu de achtste druk inmiddels bijna is uitverkocht, vraag ik mij toch serieus af of die christelijke uitgever het destijds überhaupt wel gelezen heeft. Christenen en cultuur is so wie so een gevoelig onderwerp. Persoonlijk vind ik het bepaald niet realistisch kunst te maken die uitgaat van een volmaakte wereld. Boeken waarin personages geen onvertogen woord spreken en het altijd uitdraait op bekering, geven geen echt beeld van de werkelijkheid. Als christen wil ik kunst maken vanuit de volle werkelijkheid, namelijk: het leven in een gebroken wereld, maar ook het leven uit genade. In sommige christelijke kringen wordt er nogal eens benauwd gedaan over de grote, boze wereld, ook als het gaat over de vraag hoe je als christen aanwezig bent in onze cultuur. Mensen die niet geloven acht ik niet minder dan mezelf. In tegendeel, vanuit de relatie met m’n Schepper wil ik met hen omgaan en proberen met Zijn ogen naar hen te kijken en naar hun verhalen en meningen te luisteren. In die zin voel ik me helemaal thuis bij uitgeverij Aspekt die een zo breed mogelijk platform wil zijn voor alle geluiden en ontwikkelingen in onze samenleving. Vandaar dat je in hun fondslijst een bonte mengeling van auteurs vindt die varieert van Theodoor Holman tot Willem Ouweneel, om maar eens twee uitersten te noemen.  


Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Kosten gaan voor de baat. Je moet eerst veel tijd en energie investeren om een boek te schrijven. Het zelfde geldt voor het bekend worden bij het lezerspubliek. Ook wat dat betreft moet je zelf tijd, energie en geld investeren. Promotie moet je niet alleen van de uitgever af laten hangen. Die heeft weliswaar belang bij goede verkoopcijfers, maar dat heb je zelf ook. Het is een samenspel. De uitgever verdeelt zijn reclamebudget over al zijn auteurs. Daarnaast kun je zelf gericht adverteren, verkooppunten proberen te vinden en bij landelijke verenigingen op een sprekerslijst proberen te komen. Of en hoeveel het oplevert, moet je afwachten. Maar één ding is zeker: Als je niets doet, gebeurt er ook niets!


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Nadat Aspekt de roman Stille finale had uitgebracht, hebben ze ook m’n al eerder geschreven boek Piel de heilige uitgegeven. Daarna verscheen m’n novelle Herfstlicht en recent is De zevende golf verschenen.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Moeilijke vraag die bijna even lastig te beantwoorden is als de vraag: Van wie van je kinderen hou je het meest? Die zijn, evenals m’n boeken, allemaal verschillend en toch ziet iedereen dat het mijn kinderen zijn. Piel de heilige speelt zich af in het katholieke, bourgondische Vlaanderen, Herfstlicht in het behoudende, armoedige Drenthe en in De zevende golf neem ik de lezer vanuit de Veluwe via Groningen mee naar de binnenlanden van Suriname en tenslotte naar Ethiopië, waar de climax van het verhaal plaats vindt. Maar om nu te zeggen naar welke van deze “kinderen” m’n persoonlijke voorkeur uitgaat…? De eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ik – los van een titel – van alle personages die ik tot nu toe beschreven heb, persoonlijk nog steeds het meest hou van Piel, de vrouwelijke hoofdpersoon in Piel de heilige.


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

In mijn “ideeën-map” zitten momenteel drie suggesties. Dat zouden drie boeken kunnen worden, maar het kunnen ook drie verhaallijnen worden voor één boek. En dát proces vind ik een heel boeiend onderdeel van schrijven. Ik bedoel, dat een verhaal een kant op gaat die je van tevoren niet bedacht had. Het mooie van het je concentreren op het verhaal van een nieuw boek is dat het je geheugen activeert. Zo ineens herinner je je een relevante gebeurtenis of persoon die perfect past in de context van het verhaal. Dat kan betekenen dat je de verhaallijn bij moet stellen, maar dát is nu juist hetgeen je creativiteit prikkelt en wat je achteraf een genoegdoening geeft waar de lezer zich totaal niet van bewust is. Maar goed, om een duidelijk antwoord op je vraag te geven: ik denk dat ik dat het beste kan doen met het leesteken dat achter jouw vraag stond, namelijk: ?


Op welke website kunnen we je vinden?

Weet je, het vervelende van dit “papieren-interview” is dat jij, nadat ik deze vraag las, niet zag hoe ik na een diepe zucht m’n hoofd schudde. Bijna al m’n kinderen verdienen hun dagelijks brood in de creatieve sector. En al een paar keer is mij door hen aangeboden een website te maken voor een symbolische prijs. Maar ik heb er nog geen tientje voor over. Wél had ik 250 euro over voor het plaatsen van een advertentie van De zevende golf in de recent verschenen jubileum-editie van het ChristenUnie-magazine. De reden daarvoor was dat Arie Slob, voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie, nadat hij het manuscript had meegelezen, een heel positieve aanbeveling heeft geschreven die op de achterflap staat evenals in genoemde advertentie. Nog geen twee weken daarna had ik mijn uitgever aan de telefoon en hij vroeg: ‘Henk, wat heb je gedaan jongen? In tien dagen tijd zijn er al ruim honderd exemplaren van De zevende golf besteld!’ De titel is een metafoor van een fenomeen op de wereldzeeën, namelijk: zes golven zijn steeds hetzelfde en de zevende is altijd hoger. Volgens de Joodse, zowel als de christelijke jaartelling heeft de mens, vanaf Adam, zesduizend jaar op deze aarde geleefd. Dus, we hebben zes “golven” van duizend jaar gehad en de zevende komt eraan. Die zevende periode wordt ook wel “de eindtijd” genoemd en is een thema in mijn boek. Een magazine dat daar veel aandacht aan besteedt is Het Zoeklicht. Na enig onderhandelen komt dezelfde advertentie voor 200 euro in hun december-editie die niet alleen naar de 8.000 abonnees gaat, maar ook nog eens naar 25.000 andere adressen, waar mensen wonen die allemaal tot de doelgroep van m’n boek horen. Begrijp je dat ik dát veel betere investeringen vind dan het laten maken en bijhouden van een website? Immers, alle informatie die je over mij of over m’n boeken via internet wilt hebben, kun je gratis (!) krijgen door alleen maar m’n naam of de titels van m’n boeken bij Google in te vullen.      


Heb je zelf nog iets toe te voegen?


Het enige wat ik nog wil toevoegen is mijn emailadres en telefoonnummer, voor het geval iemand zou willen reageren op dit interview… henkvaessen@planet.nl / 06-30274260

1 opmerking:

  1. Ik ben nog maar pas begonnen met zijn eerste boek te lezen. Wel heb ik al gemerkt dat hij in elk geval een begenadigd verteller is.

    BeantwoordenVerwijderen