vrijdag 13 november 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Robert Thomson


Vertel eens iets over jezelf.

Ik ben geboren op 16 september 1950. Mijn vader was eigenaar van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM). Ik kom dus uit een scheepsbouwersgezin. Toen ik 6 jaar was kreeg ik polio en op mijn 11e jaar werd ik op een jongenspensionaat geplaatst. Daar heb ik vroeg geleerd om mij te handhaven en voor mezelf op te komen. Dat was moeilijk, want de gevolgen van de polio waren toen nog zichtbaar aanwezig. Na 8 jaar internaat ben ik op de IVA in Driebergen de bedrijfskundige kant van het autovak gaan studeren. Daarna ben ik op een bank gaan werken en heb alle facetten van het bankvak doorlopen. Ik heb diverse functies bekleed, waaronder ook leidinggevende. In 2008 ben ik op 58-jarige leeftijd gestopt met werken om mij aan mijn grote passie te wijden, namelijk: het schrijven van romans. In 2012 kwam de eerste uit. Het manuscript van mijn vijfde roman is in de afrondingsfase.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genres?

Ik schrijf uitsluitend fictie. Sommige van mijn romans worden als thriller aangemerkt. Maar zelf vind ik het romans. Ik heb een hekel aan de kwalificatie ‘literaire thriller’ of ‘literaire roman’. Laat dat ‘literair’ er maar af wat mij betreft. Een zakelijk verslag kan op literaire wijze geschreven zijn, maar een roman of een thriller MAG niet op zakelijke wijze geschreven zijn. In dat licht gezien zijn die genres altijd literair.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Dat mijn romans vlot geschreven zijn, makkelijk leesbaar met een duidelijke plot. Het hoofdpersonage moet een zekere maatschappijvisie hebben. Dat hoeft niet per se te stroken met mijn eigen opvattingen. Wat ik erg belangrijk vind is dat de personages tastbaar, invoelbaar en geloofwaardig zijn. Vooral door te beschrijven wat erin hen omgaat, waardoor je hun handelen kunt verklaren, vind ik essentieel.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Schrijven is een uiting van kunst, waarbij je al wat menselijk en onmenselijk is een literaire vorm geeft. Het is ook het vermogen om vanuit de diepste bronnen van je ziel een tableau van de belevingswereld van je personages te schilderen dat emoties bij de lezer oproept. Ook voor de duistere kanten mag je niet weglopen. Die zitten in ieder mens. Hoe fictief het verhaal ook is, schrijvers schrijven altijd over zichzelf. Dat vereist een gedetailleerde veelzijdigheid van een auteur. Als je daar niet over beschikt blijven de personages nietszeggend en oppervlakkig. Schrijven is ook: het herinneren van ‘nooit werkelijk gebeurde feiten’. Dat zei Harry Mulisch ooit. Daar ben ik het volledig mee eens. De ultieme vorm van fantaseren zou je kunnen zeggen.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Aan niet alle recensies hecht ik evenveel waarde. Natuurlijk vind ik het geweldig als ik lovende recensies krijg. Maar wat mij het meeste raakt zijn de reacties van lezers. Op mijn laatste roman De offerschalen van Satan kreeg ik heel veel reacties van vrouwen die met huiselijk geweld te maken hadden, of hebben gehad. Zij lieten unaniem weten dat huiselijk geweld vanuit streng orthodox-gereformeerde kring vaak onbesproken blijft. Ook ontving ik een reactie van een man uit diezelfde kring. Hij verguisde mijn boek. Het was volgens hem een roman vol leugens. Uit zijn reactie bleek al dat ik met mijn onderwerp de vinger op de zere plek had gelegd. Er zat zelfs een vrouw tussen die bekende dat ze het boek bij een vriendin gelezen had en dat voor haar man verborgen hield, uit angst voor represailles.

Bij mijn debuutroman ontving ik een recensie waarin een aantal kritiekpunten zaten. Die punten heb ik ook aangepast na de 4e druk en na een opleiding communicatie & redactie bij NCOI. Nu weet ik dat de eerste drukken nooit zo uitgegeven hadden mogen worden. Zaken die ik in mijn onschuld benoemde, laat ik nu meer aan het oordeel en de fantasie van de lezer over. De suggestie is soms sterker dan wanneer je te veel details benoemt. Je toont daarmee respect voor de lezer, die zich dan minder bij de hand genomen voelt.
De kunst is uit de recensies lering te trekken, ook als ze lovend zijn. Elke schrijver kent de zwakke punten van zijn of haar boek beter dan welke recensent ook.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Dat is zeker waar. De boekenmarkt is erg gesloten. De grotere uitgevers bewandelen veilige, schoongeveegde paden en staan eigenlijk niet echt open voor nieuw bloed. Daar komt nog eens bij dat ze schrijvers die op oudere leeftijd zijn begonnen nauwelijks een kans geven, of je moet Bram Moszkowicz heten of Alexander Pechtold. Terwijl die zich vaak bedienen van ghostwriters. Omdat zij bekendheid genieten en al een podium hebben, durft een uitgever het avontuur wel aan. Eigenlijk vervuil je daarmee de schrijversmarkt. Uitgevers moeten zich weer gaan richten op het boek zelf en wat minder op wie het geschreven heeft. Door het overdreven protectionisme van de reguliere uitgevers ontstaan  make-believe-internetuitgevers die gretig in het gat duiken. Dat levert vaak tenenkrommend slechte boeken op. Soms verschijnen er ook heel goede boeken, maar die zijn uit geldgebrek van uitgever en schrijver slecht geredigeerd. Een boek uitgeven kost al gauw zes- tot tienduizend euro om het goed in de markt te zetten. Bovendien kom je als kleine uitgever al niet eens binnen bij AKO of Bruna. En ook bij de kleinere boekwinkels is het vaak moeilijk, omdat ze de uitgever gewoon niet kennen en dus het risico niet nemen. Dan bestellen ze hooguit één of twee boeken. Daar rookt voor de boekwinkel, de uitgever en de schrijver de schoorsteen niet van. Overigens moet een schrijver nooit schrijven om er geld mee te verdienen. Een schrijver/schrijfster moet schrijven omdat het in hem of haar zit. Het is een vorm van masochisme oftewel zelfkastijding.


Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Dat heb ik tot nu toe overgelaten aan mijn uitgever, maar die loopt niet zo hard. Het is ook maar een kleine uitgever met een klein budget, te klein zou je kunnen zeggen. Hard werken, weinig verdienen en je verliezen in het uitgeefproces in plaats van het doeltreffend benaderen van de juiste partijen om naamsbekendheid te verwerven. Ik heb zelf promotiefilmpjes gemaakt, zelf mijn boeken laten recenseren door diverse media. Zelf boekhandels in mijn omgeving benaderd.


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Vier romans, de vijfde in wording.
            Een onverwachte erfenis
            De zwarte spiegel
            Een obsessieve drang
            De offerschalen van Satan
            Het kille doodskleed (nog werktitel, in de afrondingsfase)


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

De zwarte spiegel. Daar komen in de jeugdflashbacks autobiografische aspecten in voor.


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Hopelijk elk jaar één.


Op welke website kunnen we je vinden?
http://www.rthomson.nl en de uitgever waar ik tot nog toe bij zit http://www.booklight.nl


Heb je zelf nog iets toe te voegen?


Na elke uitgegeven roman beland ik in een postnatale depressie omdat ik mijn personages eerst moet vermoorden alvorens ik nieuwe in mijzelf kan creëren. Een roman die eenmaal de weg naar de boekwinkel heeft gevonden kan ik dan pas loslaten. Dan pas is het voor mij een boek geworden zoals elk ander boek. Ik zou er zelfs een objectieve recensie over kunnen schrijven. Zo bipolair moet een schrijver zijn. Zo werkt dat bij mij. Hoe hoogdravend sommige uitspraken ook moge zijn, ik heb niet de illusie dat mijn boeken ooit een literaire aardverschuiving zullen veroorzaken. Als lezers zich ermee vermaken is mijn doel al bereikt.

4 opmerkingen: